|
GESCHIEDENIS
VAN DE PINHOLE
Het
gebruik van de pinhole techniek is de meest oorspronkelijke manier
om fotografisch
beelden vast te leggen. Het is gebaseerd op het
al eeuwenoude principe van de camera obscura
en is in wezen niets
meer dan een lichtdicht doosje waar in het midden van één
wand, in plaats
van een lens, een zeer klein gaatje is aangebracht
ter grootte van een speldenprik
( een ander woord voor pinhole camera is dan ook speldenprik camera
of gaatjes camera ).
Het licht van buitenaf dringt door dit gaatje de afgesloten ruimte
binnen en zo ontstaat op de
wand tegenover het gaatje een omgekeerde
beeldvorming. De afbeelding kan definitief worden
vastgelegd door
op deze tegenoverliggende wand lichtgevoelig materiaal aan te brengen
en dit
na de belichting te ontwikkelen.
Hoewel de fotografie officieel is uitgevonden in 1839 is het basisprincipe
van de pinhole al
sinds lang bekend. Al in de vierde eeuw voor Christus
maakte Aristoteles er melding van.
Licht dat door een kleine opening
in een dik bladerdek valt geeft op de grond een perfect beeld
weer
van de zon. Ook al is de opening in het bladerdek niet rond of onregelmatig
van vorm
toch is de afbeelding op de grond dat wel. Aristoteles
kon dit verschijnsel nooit verklaren, dit
gebeurde pas veel later
in de zestiende eeuw, nadat er al veelvuldig was geëxperimenteerd
met
dit verschijnsel, met name in de wetenschap.
Zoals in de dertiende en veertiende eeuw waar verschillende wetenschappers
gebruik maakten
van het pinhole principe om de zonsverduistering
en de golflengte van het licht te bestuderen.
En zoals in de vijftiende eeuw waar de pinhole vooral gebruikt wordt
door kunstenaars als
hulpmiddel bij het tekenen. Zo kwam Leonardo
da Vinci in die tijd op het idee om daarvoor
een doosje te gebruiken.
Hij beschreef hoe je een beeld kon laten ontstaan op een doorzichtig
scherm en zo vanaf de buitenkant kon overtrekken. Maar ook dit idee
werd pas verder
uitgewerkt in de zestiende eeuw.
Hoewel er inmiddels ook lenzen bestonden werd in deze eeuw nog steeds
gebruik gemaakt
van het pinhole principe om de zon te bestuderen.
Wetenschappers staarden vaak uren door
hun telescoop rechtstreeks
naar de zon met als gevolg dat ze last kregen van hun ogen of er
zelfs blind van werden. Om de ogen te ontzien ging men uiteindelijk
gebruik maken van een
camera obscura ( donkere kamer ) om het geprojecteerde
beeld van de zon te bestuderen in
plaats van er rechtstreeks naar
te kijken. Vanaf dat moment duurt het dan ook niet lang meer
totdat
kunstenaars de camera obscura ontdekken en veelvuldig gaan gebruiken.
In de achttiende eeuw wordt het principe van de pinhole algemeen
bekend en zo gaan ook
reizigers gebruik maken van het verschijnsel.
Zij gaan gebruik maken van draagbare camera
obscura's om tijdens
de reis de dingen die ze zien over te trekken. Deze "snap-shots"
worden
vervolgens bij het reisverslag ingeplakt om als souvenirs
bewaard te worden. Als men niet in
het bezit was van een camera
obscura dan betaalde men geld om een permanente camera-
kamer in
te gaan en zo door middel van een ronddraaiende spiegel de omgeving
te bekijken.
Deze omgeving was dan te zien in bewegende beelden
die op een witte tafel werden
geprojecteerd. Totdat men in 1839
definitief in staat was het beeld vast te houden door middel
van
lichtgevoelig materiaal. Vanaf nu was er geen behoefte meer om beelden
over te trekken.
Het pinhole principe raakte bijna in de vergetelheid.
Totdat de bekendste pinhole foto uit die tijd opduikt, een foto
uit 1890 van George Davidson,
The Onion Field. Deze foto won de
hoogste prijs op de jaarlijkse expositie van de
fotografische sociëteit
te Londen. Deze foto was eigenlijk het begin van de populariteit
van de
pinhole camera, die een aantal jaren zou duren.
Er waren een aantal amerikaanse bedrijven die zelfs pinhole camera's
op de markt brachten. En
ook speciale pinhole schijfjes die op een
lens camera konden worden geplaatst. Het was de
bedoeling dat eerst
de lens er werd afgehaald en op deze plaats kon dan het schijfje
met pinhole
worden gemonteerd.
Vanaf de twintigste eeuw verloor de pinhole camera aan populariteit.
Het maken van opnames
met deze camera werd gezien als minderwaardig.
Dit alles kwam waarschijnlijk door de
toenemende behoefte aan snelheid
en de massaproduktie van fotografische apparatuur.
Uiteindelijk
kwam het zover dat de techniek alleen nog maar werd gebruikt om
les te geven en
de grondbeginselen van de fotografie aan te leren.
Tussen 1940 en 1960 was de pinhole
techniek met name in de kunst
praktisch helemaal vergeten.
Maar vanaf 1960 tot heden wordt de pinhole fotografie weer sporadisch
door kunstenaars gebruikt.
Terug
naar beginpagina
|